Columnaris

Columnaris is een bacterieinfectie meestal veroorzaakt door Flexibacter Columnaris maar er zijn ook andere bacteriestammen gevonden op besmette dieren, zoals Cythophaga, Flavobacterium, Sporocytophaga en Myxobacterium.

De meest bekende vormen van Columnaris zijn bekrot en zadelrugziekte, bij bekrot verschijnt er een grijs witte aanslag rond de bek, later wat gelig. In een verder gevorderd stadium kan de vis vaak de bek niet meer sluiten en kan dus ook niet meer eten en ademt zeer moeilijk. Bij zadelrugziekte verschijnt er achter de kop een lichte plek met een slijmerig oppervlak. Maar er zijn meer vormen van Columnaris, slijmziekte zou je de vorm kunnen noemen waar in zeer korte tijd een licht grijze weerschijn op de vis verschijnt, het beste is dit te zien als je in de lengterichting langs de vis kijkt. Deze vorm kan zich in een razend tempo ontwikkelen, binnen enkele uren kan deze lichte weerschijn veranderen in een zware slijmhuidinfectie waarbij de draden slijm aan de vinnen hangen. Ook is er nog een vorm waarbij een klein wit plekje ontstaat, een soort puistje, het lijkt alsof er een soort wit wormpje onder een schub vandaan komt. Deze vorm van Columnaris is minder gevaarlijk dan de hiervoor omschreven vormen, maar het is raadzaam het toch (plaatselijk)te behandelen met bijvoorbeeld betadinezalf (voor koi is een prima watervaste betadinezalf verkrijgbaar). Meestal is deze vorm van Columnaris het gevolg van verslechterde waterkwaliteit.

Columnaris is normaal gesproken pathogeen bij temperaturen boven de 15oC en de dodelijkheid neemt toe bij stijgende temperatuur. Er zijn testbesmettingen geweest met de chinese weeraal waarbij de vissen stierven binnen 7 dagen bij 15oC en in minder dan 1 dag bij 35oC, waarmee aangetoond is dat verhogen van de temperatuur, zoals geadviseerd in bepaalde artikelen, zo ongeveer het stomste is wat je kan doen. Ook in hard water is Columnaris aggresiever dan in zacht zuur water. Andere factoren die Columnaris in de hand werken zijn o.a. verwondingen, een laag zuurstofgehalte, organische vervuiling en een verhoogd nitrietgehalte.

Diagnose is alleen met zekerheid te stellen met behulp van een goede microskoop, door het onderzoeken van natte preparaten genomen van ontstoken plekken,en dan eigenlijk alleen als de boosdoener flexibacter is. In dit preparaat vind je dan lange dunne staafbacterien met een langszaam glijdende beweging (0,5 – 1,0μm x 4 – 10 μm) als je het preparaat een paar minuten laat staan dan gebeurt het vaak dat de bacteriën samenkonteren tot een wriemelende op een hooiberg lijkende massa.

Flavobacterium geeft deze beweging niet, en dit zijn kortere staafjes. Maar ook Flavobacterium geeft vaak dezelfde ziekte verschijnselen.

De behandeling kan gelukkig met verschillende medicijnen plaatsvinden. Beginnende infecties kunnen goed bestreden worden met Kalium Permanganaat of een middel op basis van kopersulfaat. Maar verder gevorderde besmettingen vragen toch vaak om echte antibiotica, nifurpirinol of Oxytetracycline (OTC) werken over het algemeen goed, zeker als ze in combinatie gebruikt worden. Ook phenoxyethanol werkt over het algemeen prima (dosering 10 ml van een 1% stamoplossing per liter water)